⚠️ Waarschuwingen
Leverfunctiestoornissen. Bij patiënten met ernstige leverfunctiestoornissen dienen de leverenzymspiegels regelmatig te worden gecontroleerd, met name tijdens langdurige behandeling. De behandeling dient te worden gestaakt indien de leverenzymspiegels verhoogd zijn.
Combinatietherapie. Bij voorschrijven van combinatietherapie dient de productinformatie van de gelijktijdig toegediende geneesmiddelen te worden gevolgd.
Maligniteit van de maag. De symptomatische reactie op pantoprazol kan de symptomen van een maligniteit van de maag maskeren en de diagnose ervan vertragen. Bij aanwezigheid van alarmsymptomen (bijv. aanzienlijk onbedoeld gewichtsverlies, recidiverend braken, dysfagie, hematemese, anemie, melena) en bij verdenking op of aanwezigheid van een maagzweer, dient een maligniteit te worden uitgesloten.
Indien de symptomen ondanks adequate behandeling aanhouden, dient nader onderzoek te worden overwogen.
Hiv-proteaseremmers. Gelijktijdige toediening van pantoprazol met hiv-proteaseremmers (zoals atazanavir) waarvan de absorptie afhankelijk is van de intragastrische pH, wordt afgeraden vanwege een significante verlaging van hun biologische beschikbaarheid (zie rubriek "Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie").
Invloed op de absorptie van vitamine B₁₂.
Pantoprazol kan de absorptie van vitamine B₁₂ (cyanocobalamine) verminderen door hypo- of achloorhydrie. Hiermee dient rekening te worden gehouden bij patiënten met een verminderd lichaamsgewicht of risicofactoren voor verminderde absorptie van vitamine B₁₂ (cyanocobalamine), met name bij langdurige behandeling of bij aanwezigheid van relevante klinische symptomen.
Langdurige behandeling. Patiënten die langdurig behandeld worden, met name langer dan 1 jaar, dienen onder regelmatig medisch toezicht te blijven.
Gastro-intestinale infecties veroorzaakt door bacteriën.
De behandeling kan het risico op gastro-intestinale infecties veroorzaakt door bacteriën zoals Salmonella, Campylobacter of C. difficile licht verhogen.
Hypomagnesiëmie. Bij patiënten die ten minste 3 maanden, en in de meeste gevallen 1 jaar, met PPI's zoals pantoprazol werden behandeld, zijn zeldzame gevallen van ernstige hypomagnesiëmie gemeld. Ernstige klinische manifestaties van hypomagnesiëmie, die sluipend kunnen ontstaan, zijn onder meer vermoeidheid, tetanie, delier, convulsies, duizeligheid en ventriculaire aritmie. Hypomagnesiëmie kan leiden tot hypocalciëmie en/of hypokaliëmie (zie rubriek "Speciale waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik"). Bij patiënten met hypomagnesiëmie (en daarmee gepaard gaande hypocalciëmie en/of hypokaliëmie) werd in de meeste gevallen verbetering waargenomen na magnesiumsuppletie en staken van de PPI.
Bij patiënten van wie wordt verwacht dat zij langdurige therapie nodig zullen hebben, of bij patiënten die PPI's gelijktijdig met digoxine of andere geneesmiddelen gebruiken die hypomagnesiëmie kunnen veroorzaken (bijv. diuretica), dienen de magnesiumspiegels te worden bepaald vóór aanvang van de PPI-therapie en periodiek tijdens de behandeling.
Botfracturen. Langdurige behandeling (langer dan 1 jaar) met PPI's in hoge doseringen kan het risico op heup-, pols- en wervelkolomfracturen matig verhogen, voornamelijk bij oudere patiënten of bij aanwezigheid van andere risicofactoren. Observationele studies suggereren dat PPI's het algehele risico op fracturen met 10–40% kunnen verhogen. Een deel hiervan kan toe te schrijven zijn aan andere risicofactoren. Patiënten met een risico op osteoporose dienen volgens de huidige klinische richtlijnen te worden behandeld en dienen voldoende vitamine D en calcium in te nemen.
Ernstige cutane bijwerkingen (SCAR's).
Met pantoprazol zijn ernstige cutane bijwerkingen gemeld, waaronder erythema multiforme, stevens-johnsonsyndroom (SJS), toxische epidermale necrolyse (TEN) en geneesmiddelreactie met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS-syndroom), die levensbedreigend of fataal kunnen zijn. De frequentie van deze reacties is niet bekend (zie rubriek "Bijwerkingen").
Patiënten dienen bij het voorschrijven van pantoprazol op de hoogte te worden gebracht van de tekenen en symptomen en dienen nauwlettend te worden gecontroleerd op cutane reacties. Indien symptomen optreden die op deze ernstige cutane reacties wijzen, dient pantoprazol onmiddellijk te worden gestaakt en dient een alternatieve behandeling te worden overwogen.
Subacute cutane lupus erythematodes. Het gebruik van PPI's is in verband gebracht met zeer zeldzame gevallen van subacute cutane lupus erythematodes. Indien laesies optreden, met name in aan de zon blootgestelde huidzones, gepaard gaand met artralgie, dient de patiënt onverwijld medische hulp te zoeken en dient de voorschrijver te overwegen of Nolpaza® dient te worden gestaakt. Het optreden van subacute cutane lupus erythematodes tijdens eerdere PPI-therapie kan het risico op het ontstaan ervan bij andere PPI's verhogen.
Invloed op laboratoriumonderzoeken.
Verhoogde chromogranine A-spiegels (CgA) kunnen interfereren met diagnostisch onderzoek naar neuro-endocriene tumoren. Om dergelijke interferentie te voorkomen, dient de behandeling met Nolpaza® ten minste 5 dagen vóór de CgA-bepaling tijdelijk te worden gestaakt (zie rubriek "Farmacodynamiek"). Indien de CgA- en gastrinespiegels na de eerste meting niet binnen het normale bereik zijn teruggekeerd, dienen herhaalmetingen 14 dagen na staken van de PPI-therapie te worden uitgevoerd.
Informatie over hulpstoffen.
Nolpaza® bevat sorbitol. Patiënten met zeldzame erfelijke fructose-intolerantie dienen dit geneesmiddel niet in te nemen.