Dabigatran werkt via competitieve en reversibele remming van de activiteit van zowel vrij als aan fibrine gebonden trombine. Door remming van trombine wordt de omzetting van fibrinogeen in fibrine, dat het stolsel vormt, geblokkeerd. Bovendien remt het de activiteit van factor XIII, die verantwoordelijk is voor de stabilisatie van het stolsel (fibrine neemt zijn cross-linked gestabiliseerde vorm niet aan). Als gevolg van de werking van het geneesmiddel wordt de door trombine geïnduceerde plaatjesaggregatie geremd.
Dabigatran wordt snel geabsorbeerd uit het maag-darmkanaal, maar de biologische beschikbaarheid is laag en bedraagt 3–7%. De maximale plasmaconcentratie wordt 0,5–2 uur na orale toediening bereikt. Bij postoperatieve patiënten (met name op de eerste dag na de operatie) zijn een verminderde absorptie en een verlengde tijd tot de maximale concentratie (ongeveer 6 uur) waargenomen. Gelijktijdige inname met voedsel vertraagt de maximale concentratie eveneens met ongeveer 2 uur. Toediening van het geneesmiddel zonder het HPMC-capsulehulsel verhoogt de biologische beschikbaarheid met ongeveer 75%; daarom moet de juiste toedieningswijze in acht worden genomen (de capsule dient in zijn geheel te worden doorgeslikt).
Dabigatran wordt voor 34–35% gebonden aan plasma-eiwitten.
Het geneesmiddel, in de vorm van dabigatranetexilaat, is een prodrug die wordt omgezet tot het farmacologisch actieve dabigatran. De voornaamste metabole reactie van dabigatran is esterase-gemedieerde hydrolyse. Cytochroom P450 is niet betrokken bij het metabolisme van het geneesmiddel.
Dabigatran wordt voor 85% onveranderd uitgescheiden via de urine, terwijl het resterende deel van de dosis als glucuronideconjugaten via de gal in de feces wordt uitgescheiden. De eliminatiehalfwaardetijd na herhaalde toediening bedraagt 12–14 uur.
⚠️ Waarschuwingen
Het gebruik van dabigatran kan ernstige bloedingen veroorzaken (op elke locatie). Het bloedingsrisico is verhoogd bij patiënten ouder dan 75 jaar, bij patiënten met aangeboren stollingsstoornissen, bij patiënten die gelijktijdig plaatjesaggregatieremmers gebruiken enz. Bij ernstige bloedingen moet de behandeling worden gestaakt. Protonpompremmers (bijv. pantoprazol, omeprazol) worden aanbevolen ter preventie van bloedingen.
Beoordeling van het anticoagulerende effect van dabigatran aan de hand van de International Normalized Ratio (INR) levert geen betrouwbare resultaten op; daarom worden alternatieve methoden aanbevolen, zoals verdunde trombinetijd, geactiveerde partiële tromboplastinetijd (aPTT) en ecarinestollingstijd.
Geplande chirurgische ingrepen kunnen het staken van dabigatran vereisen wegens het risico op ernstige bloedingen. Dit geldt niet voor cardioversie en katheterablatie bij atriumfibrilleren. Met de vertraagde klaring van het geneesmiddel bij patiënten met nierfunctiestoornissen dient rekening te worden gehouden. Het vereiste interval tussen de laatste dosis dabigatran en de start van de ingreep bedraagt 24 uur en bij meer invasieve ingrepen 2–4 dagen. Wanneer een spoedoperatie noodzakelijk is, dient het specifieke antidotum voor dabigatran (idarucizumab) te worden toegediend. In dergelijke gevallen kan dabigatran na 24 uur worden hervat, mits de toestand van de patiënt stabiel is.