Aciprex filmomhulde tabletten bevatten escitalopram, een selectieve serotonineheropnameremmer (SSRI). Escitalopram is het farmacologisch werkzame S-enantiomeer van citalopram, met de chemische benaming (S)-1-[3-(dimethylamino)propyl]-1-(4-fluorfenyl)-1,3-dihydro-isobenzofuran-5-carbonitril. De stof komt voor als wit tot vrijwel wit, fijn poeder, weinig oplosbaar in water en goed oplosbaar in ethanol. Eén filmomhulde tablet Aciprex 10 mg bevat escitalopram (als oxalaat) overeenkomend met 10 mg escitalopramum-base. Hulpstoffen: copovidon, maïszetmeel, croscarmellosenatrium, ijzeroxide rood en geel, glycerol, hypromellose, lactosemonohydraat, magnesiumstearaat, microkristallijne cellulose, macrogol en titaandioxide. ATC-code: N06AB10. Toedieningsweg: oraal.
Waarschuwingen
Klinische verslechtering en suïciderisico: depressie is geassocieerd met een verhoogd risico op suïcidale gedachten, zelfbeschadiging en suïcide. Dit risico blijft bestaan tot een duidelijke remissie optreedt. Patiënten met een voorgeschiedenis van suïcidaal gedrag of met uitgesproken suïcidale ideatie vóór aanvang van de behandeling lopen een hoger risico. Een meta-analyse van placebogecontroleerde studies bij kinderen, adolescenten en jongvolwassenen (< 25 jaar) toonde een verhoogd risico op suïcidaal gedrag aan bij antidepressivagebruik. Nauwgezette monitoring tijdens de eerste weken van behandeling en bij dosisaanpassingen wordt aanbevolen; familie en mantelzorgers dienen geattendeerd te worden op waarschuwingssignalen.
QT-verlenging en torsade de pointes: escitalopram veroorzaakt een dosisafhankelijke verlenging van het QT-interval. Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met significante bradycardie, recent acuut myocardinfarct of niet-gecompenseerd hartfalen. Hypokaliëmie en hypomagnesiëmie dienen vóór aanvang van de behandeling te worden gecorrigeerd. ECG-controle wordt aanbevolen bij patiënten met cardiovasculaire aandoeningen. Bij persisterende QTc-waarden > 500 ms dient Aciprex te worden gestaakt.
Screening op bipolaire stoornis: vóór aanvang van de behandeling dienen patiënten zorgvuldig te worden onderzocht op het risico van bipolaire stoornis, inclusief familieanamnese van suïcide, bipolaire stoornis en depressie.
Serotoninesyndroom: gelijktijdig gebruik met andere serotonerge geneesmiddelen (triptanen, tramadol, fentanyl, lithium, tryptofaan, buspiron, sint-janskruid) kan een potentieel levensbedreigend serotoninesyndroom veroorzaken. Bij optreden van symptomen (agitatie, hallucinaties, tachycardie, hyperthermie, hyperreflexie, myoclonus) dient de behandeling onmiddellijk te worden gestaakt.
Nauwekamerhoekglaucoom: SSRI's, waaronder escitalopram, kunnen mydriasis veroorzaken; voorzichtigheid is geboden bij patiënten met verhoogde oogboldruk of risico op nauwekamerhoekglaucoom.
Hyponatriëmie, verhoogd bloedingsrisico, convulsies, activering van manie/hypomanie, ontwenningsverschijnselen bij plotseling staken en seksuele disfunctie zijn beschreven. De dosering dient te worden beperkt bij verminderde leverfunctie, bij patiënten ouder dan 65 jaar en bij CYP2C19-poor metabolizers (maximaal 10 mg/dag).